Progressieve Retina Atrofie

Door Hélène Duncan

Bron: http://www.xs4all.nl/~claymore/

 

De Retina

Progressieve Retina Atrofie, afgekort PRA, is een erfelijke oogaandoening, waarbij de retina, ofwel het netvlies, degenereert en de kat uiteindelijk blind wordt.

De retina bestaat uit lichtgevoelige cellen (fotoreceptoren) die de kleur en/of intensiteit van lichtprikkels vertalen in een signaal voor de hersenen. De fotoreceptoren zijn onderverdeeld in twee soorten, namelijk de staafjes en de kegeltjes. De staafjes zijn erg lichtgevoelig, maar kunnen geen scherpe beelden of details doorgeven. Bovendien zijn staafjes ongevoelig voor kleuren. Met staafjes kun je dus voornamelijk zien bij weinig licht of schemer.

De kegeltjes aan de andere kant, zijn verantwoordelijk voor het zien van kleuren, scherpte en details. De kegeltjes en staafjes zitten verspreid over het gehele netvlies. Het aantal staafjes is echter veel hoger dan het aantal kegeltjes.

 

 

Degeneratie

 

Wanneer een kat lijdt aan PRA, worden de bloedvaatjes, die het netvlies voorzien van voedingsstoffen en afvalstoffen afvoeren, steeds dunner en minder in aantal. Het gevolg is dat staafjes en kegeltjes beginnen af te sterven en de kat slechter gaat zien. Dit wordt degeneratie van het netvlies genoemd.

Bij de meest voorkomende vormen van PRA sterven als eerste de staafjes, en in een later stadium worden ook de kegeltjes aangetast (Narfström en Nilsson 1986).
Dit proces uit zich in eerste instantie in nachtblindheid bij de kat. Geleidelijk aan sterven steeds meer staafjes en kegeltjes af, en uiteindelijk zal de kat volledig blind worden.

 

 

Hoe vererft Progressieve Retina Atrofie?

 

Sinds lange tijd is bekend dat er zich bij Abessijnen en Somali's twee vormen van PRA voordoen: een dominante vorm die zich al op zeer jeugdige leeftijd openbaart en erg zeldzaam is (Barnett, Curtis, 1985), en de recessieve vorm die zich pas op latere leeftijd openbaart (Narfström 1981). De dominante vorm is door selectie vrij makkelijk uit het ras te fokken. Voor onderzoeksdoeleinden wordt er nog wel een fokkolonie van dieren die aan deze vorm lijden in stand gehouden.

Zowel de dominante als de recessieve vorm van PRA, die zich voordoen bij Abessijnen en Somali's, vererven niet geslachtsgebonden, hetgeen wil zeggen dat zowel katers als poezen in gelijke mate getroffen kunnen worden door deze aandoening.

Wanneer een erfelijke aandoening recessief vererft, betekent dit dat een lijder een defect gen van zowel de vader als de moeder moet erven. Dragers, dieren die dus maar één defect hebben geërfd van één van beide ouders, kunnen het defecte gen wel doorgeven aan hun nageslacht, maar zullen zelf niet lijden aan PRA.

Voor wat de recessief verervende vorm van PRA betreft kun je tot de volgende kansberekening komen wat betreft nakomelingen van de verschillende, mogelijke combinaties:

  • Verparingen tussen twee ouderdieren die beide normaal getest zijn zullen altijd nakomelingen geven die ook normaal zijn en de defecte genen niet dragen.
  • Bij verparingen tussen een ouderdier wat normaal getest is en een ouderdier wat getest is als drager, zal gemiddeld 50% van de kittens normaal zijn en zullen 50% dragers zijn.
  • Bij verparingen tussen twee dieren die als drager getest zijn, zal gemiddeld 25% van alle kittens normaal zijn, 50% zal drager zijn en 25% zal lijder zijn. Deze verparing wordt dus afgeraden!
  • Bij verparingen tussen een ouderdier wat normaal getest is en een ouderdier wat getest is als lijder, zullen alle kittens dragers zijn. De vraag hierbij is echter of je wel moet fokken met een dier wat lijder is.
  • Verparingen tussen twee ouderdieren die beide lijders zijn zullen alle nakomelingen ook lijders zijn. Ook deze verparing wordt dus afgeraden!

PRA komt o.a. voor bij Somali's en Abessijnen, maar wordt ook wel gevonden bij andere katten rassen, gewone huis-tuin-en-keuken-katten, en bij bepaalde honden rassen. Er zijn zeer veel verschillende vormen van PRA bekend, van zich zeer vroeg openbarende vormen die al op zeer jonge leeftijd tot blindheid lijden en dominant vererven, tot recessief verevende vormen die zich op jeugdige leeftijd of juist op late leeftijd openbaren.


 

Wat zijn de symptomen?

De symptomen die passen bij PRA zijn op de eerste plaats natuurlijk een verminderd gezichtsvermogen. Als eerste zal het zicht in schemer verminderen en de kat lijden aan nachtblindheid. Vervolgens wordt ook het gezichtsvermogen bij daglicht steeds slechter en reageren de pupillen steeds minder op licht.

Veel eigenaren valt het echter nauwelijks op dat hun kat steeds slechter gaat zien, omdat katten zich uitstekend weten aan te passen aan hun verminderd gezichtsvermogen. De voortschrijding van de aandoening gaat namelijk erg traag waardoor de kat in staat is om steeds meer te vertrouwen op andere zintuigen, zoals snorharen, gehoor en geur. Zodra de eigenaar verhuisd of meubels in het huis gaat verplaatsen, valt vaak pas op dat de kat eigenlijk nauwelijks nog iets kan zien, als de aandoening al in een ver gevorderd stadium is.


 

Wat is de behandeling?

 

Tot nu toe is er geen goede behandeling mogelijk van katten die lijden aan PRA.


 

Mogelijke andere oorzaken van Retina Atrofie:

 

1. Taurine gebrek

 

Uit onderzoek is gebleken dat een tekort aan Taurine, een voor katten noodzakelijk aminozuur, ook een degenratie van het netvlies, evenals hypertrofische cardiomypathie (HCM), een afwijking aan de hartspier, kan veroorzaken. De meest voorkomende oorzaak van een door Taurinegebrek veroorzaakte PRA en HCM, is het geven van hondenvoer aan katten. Aan hondenvoer wordt namelijk geen Taurine toegevoegd, daar honden dit aminozuur zelf kunnen aanmaken. Katten kunnen dit echter niet en moeten deze essentiële voedingsstof uit hun voeding halen, en wel specifiek uit dierlijke eiwitten. Katten worden daarom ook wel obligate carnivoren genoemd, aangezien zij absoluut niet kunnen leven op een vegetarisch dieet.


 

2. Verkeerde dosering Enrofloxacine

Daarnaast is bekend dat een overdosis Enrofloxacine, een veel gebruikt breed-spectrum antibioticum, bij katten ook een degeneratie van het netvlies tot gevolg kan hebben. Met name in de zomer, wanneer er over het algemeen veel UV straling is, blijken de retina's van katten extra gevoelig.

In beide gevallen is er echter geen sprake van een progressie, in de zin dat, zodra het voedingstekort aangevuld wordt, of de behandeling met enrofloxacine gestopt wordt, er geen voortschrijdend verloop is van de retina atrofie.


 
Hoe vaak komt het voor bij Somali's en Abessijnen?

Kristina Narfström en de haren hebben voor het onderzoek naar de frequentie van de gemuteerde allele, DNA-monsters van zo'n 300 Abessijnen en Somali's getest sinds 2006. Op basis van dit onderzoek kwam men tot een frequentie van 0.1333, ofwel dragerschap bij 13% van de onderzochte groep.

Inmiddels (2007) zijn er ook DNA-monsters van ruim 100 voornamelijk Duitse Somali's en Abessijnen getest, en in deze groep is de frequentie helaas een stuk hoger, namelijk rond de 30% is drager en 3% lijder. Maar dit verschil kan veroorzaakt worden door het feit dat de katten waarvan DNA-monsters onderzocht zijn niet willekeurig gekozen worden, maar natuurlijk door fokkers die met name katten, die verwant zijn aan katten die reeds als lijder of drager getest zijn, ook laten testen.

Desondanks betekent dit in termen van populatie genetica, dat de frequentie van de mutatie vrij hoog is. Bij mensen wordt een frequentie van 1% dragers van een bepaalde erfelijke aandoening normaal gevonden. De hoge frequentie kan waarschijnlijk verklaard worden door een smalle genetische basis in combinatie met het veelvuldig inzetten voor de fok van nakomelingen van een aantal katers, die het defecte gen helaas hebben doorgegeven.


 
Waar komt het vandaan?

 

Het is onbekend waar het defecte gen voor PRA vandaan komt, maar zeer waarschijnlijk is dit al vanaf het vroege begin van de Abessijn en Somali aanwezig in de populatie.


 
De Oogspiegel-test

Tot voor kort was het alleen mogelijk om te kijken of een kat PRA heeft, door middel van een zogenaamde "oogspiegeltest", ook wel opthalmoscopische test genoemd. Eerst krijgt de te onderzoeken kat een druppeltje atropine in beide ogen, waardoor de pupillen wijd open gaan staan en er met behulp van een opthalmoscoop een beeld van het netvlies verkregen kan worden. Atropine smaakt bitter en sommige katten gaan hier een beetje van speekselen, omdat ze de vloeistof via de traanbuisjes in de neus en zo ook de bek krijgen.

Aan de hand van het met de opthalmoscoop verkregen beeld kan de oogspecialist zien of er sprake is van verandering of degeneratie van het netvlies. Wanneer de oogspecialist geen tekenen van degeneratie ziet die op PRA zouden kunnen wijzen, krijgt de kat een "voorlopig vrij" verklaring, die een jaar geldig is. Eigenlijk zou een kat die voor de fok gebruikt wordt of gebruikt is, dus regelmatig getest moeten worden.

De eerste symptomen van de recessief verervende vorm van PRA zijn met behulp van de oogspiegeltest vaak pas waar te nemen op een leeftijd waarop de meeste katten al nakomelingen hebben. Over het algemeen namelijk pas na de 18 maanden, maar soms ook pas op een leeftijd van 4 of 5 jaar oud. Aangezien er een vrij grote leeftijdsvariatie is, waarop de eerste tekenen van degeneratie van het netvlies te zien zijn, kan het dus voorkomen dat een kat voorlopig vrij verklaard wordt, maar uiteindelijk toch PRA blijkt te hebben.

Helaas is hier met behulp van de recent ontwikkelde DNA test voor PRA een voorbeeld van gevonden; een kat die vrij verklaard werd met de oogspiegeltest, bleek met de DNA test toch lijder te zijn. En uiteraard is met de oogspiegeltest niet te zien of een kat die geen afwijkingen aan de retina vertoont, wellicht het gemuteerde gen wel draagt en mogelijk doorgeeft aan nakomelingen.

Toch verdient het aanbeveling om katten die voor nakomelingen zullen gaan zorgen ook met de oogspiegeltest te laten testen, aangezien daarmee natuurlijk niet alleen naar aanwijzingen voor PRA wordt gekeken, maar ook andere oogaandoeningen die met het blote oog niet of nauwelijks te zien zijn, letterlijk aan het licht gebracht kunnen worden.


 
De DNA-test

Nadat een team van wetenschappers, waaronder Prof. Kristina Narfström, het defecte gen eindelijk opgespoord hadden, dit had namelijk nogal wat voeten in aarde, is er vervolgens een DNA test voor PRA ontwikkeld. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een techniek die inmiddels veelvuldig gebruikt wordt binnen de biotechnologie, namelijk PCR ofwel Polymerase Chain Reaction. Polymerase is een enzym wat DNA materiaal uiterst snel tot in het oneindige kan kopiëren. Met behulp van deze PCR techniek kan van een DNA fragement zoveel worden gekopiëerd dat er voldoende is om het te analyseren.

Het DNA rondom het stukje genmateriaal, waarvan bekend is dat het de mutatie kan vertonen wordt met behulp van PCR (Polymerase chain reaction) vermeerderd. Daarna wordt er een voor de PRA test specifieke procedure gevolgd waarmee het gemuteerde allel en het normale allel onderscheiden kunnen worden. Een kat vertoont dan of de twee normale allelen, en krijgt als testuitslag (N/N) "Normaal", een normale en een gemuteerde allel, en krijgt als testuitslag (PRA/N) "Drager", of twee gemuteerde allelen, en krijgt als testuitslag (PRA/PRA) "Lijder". Met behulp van deze DNA-test kunnen dus zowel dragers als lijders onderscheiden worden van dieren die vrij zijn van dit genetische defect.

Kortom, de op dit moment gebruikte test is een zogenaamde mutatie specifieke DNA test, hetgeen wil zeggen dat de test zichtbaar kan maken of een kat twee normale allelen heeft, of één of twee defecte stukje genenmateriaal. Dit betekent dat de test erg specifiek is.

Het voordeel van een DNA test is natuurlijk overduidelijk. Je hoeft een dier maar 1 x in zijn of haar leven te testen om te weten of het mogelijk een drager is van het defecte gen of niet. Vervolgens kun je op basis daarvan je fokplannen eventueel aanpassen om te voorkomen dat je lijders fokt.

Een drager zou je kunnen verparen met een vrij dier. Een drager zal immers nooit blind worden en door deze te verparen met een vrij dier, weet je als fokker zeker dat je nooit lijders zult fokken en tegelijkertijd dat het waardevolle genenmateriaal van de drager niet verloren gaat voor de fok.

Of het verstandig is om met lijders te fokken, is een vraag die vaak tot heftige discussies lijdt. PRA is immers niet levensbedreigend, en lijders krijgen vaak pas op latere leeftijd last van hun beperkte gezichtsvermogen. Voorwaarde is natuurlijk wel dat een lijder ten alle tijden alleen met een vrij dier verpaart wordt. Alle nakomelingen van een lijder en een vrij dier zullen dan in ieder geval drager zijn.

Echter, er zitten ook beperkingen aan DNA testen. Wanneer het DNA materiaal wat gebruikt wordt "besmet" is met andere genetisch materiaal wat irrelevant is, bijvoorbeeld van huidcellen van degene die het materiaal verzameld heeft of verwerkt, dan wordt dat irrelevante DNA materiaal ook mee gekopieerd. De resultaten zullen dan vaak onbruikbaar zijn of in sommige gevallen zelfs foutief.

Om foutieve uitslagen zoveel mogelijk te voorkomen, worden alle DNA testen twee keer, onafhankelijk van elkaar gedaan. Wanneer beide keren de uitslag met elkaar overeenstemt, is dit de uitslag die u krijgt van de DNA test.

Zijn er echter twee, niet met elkaar in overeenstemming zijnde uitslagen, dan wordt door het laboratorium, of de test opnieuw gedaan (in geval er bloed opgestuurd is), of u krijgt een bericht dat er onvoldoende DNA materiaal beschikbaar is (bij gebruik van swabs). U wordt dan gevraagd om opnieuw DNA materiaal (bij voorkeur bloedmonsters) op te sturen. Helaas komt het in een heel klein aantal gevallen voor dat beide keren de test hetzelfde, maar foutieve, resultaat geeft. Aangezien hier inmiddels ook al een aantal gevallen van bekend zijn, lijkt het mij belangrijk om ook nakomelingen van vrij geteste ouderdieren regelmatig te blijven testen met behulp van deze DNA test om te voorkomen dat er onverhoopt alsnog lijders gefokt worden.


 
Hoe te testen?

Er zijn twee mogelijkheden om uw Somali of Abessijn te laten testen op PRA. Ten eerste kunt u door uw dierenarts 1 á 2 ml EDTA bloed laten afnemen. Uw dierenarts dient het bloed in een plastic buisje goed verpakt op te sturen naar een laboratorium wat de DNA test voor PRA bij Abessijnen en Somali's kan uitvoeren.

Maar u kunt ook door middel van een swab van het wangslijmvlies, DNA materiaal bij uw kat afnemen en opsturen naar een laboratorium wat deze test uitvoert.

Op dit moment kan dat bij Laboklin in Duitsland en Boifocus in Duitsland. Het Amerikaanse Laboratorium van de UC Davis heeft inmiddels ook een eigen PRA test ontwikkeld. Daarnaast bieden zowel Laboklin, als UC Davis de mogelijkheid om de DNA test voor Pyruvaat Kinase deficiëntie te laten doen en de bloedgroep van uw kat met behulp van een DNA test te laten bepalen.

Vermeld bij uw swabs of bloedbuisjes altijd duidelijk naam en adres van de eigenaar, de gegevens van het dier en natuurlijk waar de uitslag naartoe gestuurd moet worden.


Het voordeel van een swab van het wangslijmvlies is dat veel katten dit minder erg zullen vinden dan een bloedafname.
Nadeel is dat er soms niet genoeg DNA-materiaal op de swabs zit en er dus opnieuw swabs aangevraagd moeten worden, afgenomen en weer opgestuurd, wat soms lastig is wanneer men snel een betrouwbare uitslag nodig heeft. Ook moeten de swabs vrij zorgvuldig behandeld worden en goed gedroogd alvorens ze opgestuurd kunnen worden.

 

Het voordeel van het opsturen van bloed is dat er altijd genoeg DNA materiaal in bloed gevonden wordt om de test te kunnen doen. Daarnaast bieden bovengenoemde laboratoria de mogelijkheid om tegen extra kosten tegelijk ook de DNA test voor Pyruvaat Kinase deficiëntie te laten uitvoeren en tevens de bloedgroep te laten bepalen, wat natuurlijk wel zo handig is. Bovendien bewaart Laboklin alle bloedmonsters die ingestuurd zijn voor DNA testen, tenminste 10 jaar. Dit is niet alleen handig voor toekomstige testen, maar ook als je in het verleden al DNA materiaal opgestuurd hebt naar Laboklin voor de Pyruvaat Kinase deficiëntie test. Dan is slechts een kwestie van een mailtje naar dit laboratorium met het testnummer van de Pyruvaat Kinase deficiëntie test die al gedaan is en de mededeling van hetzelfde bloedmonster ook een PRA test te doen.


 

Fokken

Het is natuurlijk nooit leuk wanneer u te horen krijgt dat een kat die verwant is aan uw eigen kat (mogelijk) drager is van een erfelijke aandoening. Laat staan wanneer het uw eigen kat betreft. Wanneer we uitgaan dat tussen de 13 en 30% van alle geteste dieren lijder of drager is, dan betekent dit, dat ongeveer 1 op de 4 Abessijnen of Somali's het defecte gen enkelvoudig of dubbel draagt. Al met al dus wel iets waar fokkers rekening mee zullen moeten houden.

Dit betekent natuurlijk niet dat alle dragers direct uitgesloten zouden moeten worden van de fok. Wanneer we dat doen, dreigt de genenpool zo klein te worden dat we als fokkers direct weer tegen een hoop andere problemen aanlopen. Door met dragers op verantwoorde wijze te fokken, dwz, door ze alleen te paren aan dieren die vrij zijn en hun nakomelingen weer te testen en zorgvuldig de partners uit te zoeken, zouden Somali en Abessijnen fokkers deze aandoening de baas kunnen worden zonder al te veel te hoeven inboeten aan de genetische diversiteit van het ras. Gelukkig bestaat er een hele simpele en betrouwbare test die het ons fokkers een stuk makkelijker maakt.

Lees hier de brief van Kristina Narfström

© Hélène Duncan, 2007